Méér dan ‘gasten’: geef vluchtelingen een stem in het debat!

Niemand in het land kan het zijn ontgaan. Al maandenlang voert de komst van duizenden vluchtelingen naar Nederland de boventoon in het publieke debat. Hoe en waar moeten al die mensen worden opgevangen? Hebben ze een toekomst in Nederland? En hoe zou die er dan uitzien? Maar wat wel opvalt, is dat dit debat eigenlijk alleen óver, en nooit mét die vluchtelingen wordt gevoerd. En dat is, op z’n zachtst gezegd, problematisch. In een samenleving die pretendeert ‘democratisch’ te zijn, zou iedereen die het aangaat immers een stem moeten hebben in dat democratisch debat. En dat geldt dus ook voor deze groep nieuwe inwoners van Nederland.

Diverse Nederlandse gemeenten hebben zich de afgelopen maanden bijzonder gastvrij opgesteld, en honderden of zelfs duizenden vluchtelingen in hun midden verwelkomd. Dat is een groot goed: het is lang geen sinecure om in één keer zoveel mensen een onderdak te bieden en om de benodigde middelen daarvoor vrij te maken. Dit laatste geldt ook zeker niet in de laatste plaats voor Nijmegen. In het nabijgelegen Heumensoord werden maar liefst 3000 slaapplaatsen voor vluchtelingen beschikbaar gemaakt. Spontaan meldden honderden Nijmegenaren zich aan als vrijwilliger om op het kamp in Heumensoord een steentje bij te dragen. Talloze gezinnen stelden hun huis open en verwelkomden vluchtelingen op een warme maaltijd. Nijmegen staat inmiddels te boek als de meest gastvrije stad in Nederland, en dat is best iets om trots op te zijn.

Maar tegelijkertijd heeft ‘gastvrijheid’ natuurlijk ook zo haar beperkingen. Want hoewel het natuurlijk heel fijn is om je ergens welkom te voelen, wordt van gasten doorgaans niet verwacht dat ze ook mee mogen praten over hoe het huishouden van de gastvrouw of -heer wordt bestierd. Gasten horen niet te klagen over de omstandigheden van hun verblijf. En het is uiteindelijk ook niet aan die gasten om te bepalen of, en hoe lang, ze nog mogen blijven.

De veelgemaakte vergelijking tussen vluchtelingen en ‘gasten’ schiet om die reden wel een beetje tekort. Deze vluchtelingen hebben er immers niet voor gekozen, om huis en haard te verlaten. Ze hebben een sprong in het onbekende gemaakt, puur omdat ze geen andere opties meer zagen. Of, wanneer en onder welke omstandigheden ze ooit nog naar het land van herkomst zullen kunnen terugkeren, valt bovendien nog maar te bezien. Maar ondertussen koesteren zij – net als ieder ander – wensen, hoop, en verwachtingen voor hun toekomst. En die toekomst ligt, zoals het er nu naar uitziet, in Nederland.

Dat betekent dat we deze vluchtelingen niet zozeer moeten zien als gasten in ‘ons’ land, maar als nieuwkomers die – zo goed en zo kwaad als het gaat – hier een nieuw leven zullen moeten opbouwen. En dat betekent ook dat ze net als ieder ander een stem zouden moeten hebben in het hoogoplopende maatschappelijk debat dat nu vooral óver hen wordt gevoerd, maar waar ze zelf vooralsnog niet in worden gehoord. Wát zijn precies hun wensen en verwachtingen? Wat stellen zichzélf eigenlijk voor bij hun toekomst in Nederland? Het zijn vragen waar veel verschillende antwoorden op mogelijk zijn. Vragen die bovendien niemand anders voor deze vluchtelingen kan beantwoorden.

Nederland gaat er prat op, een democratisch land te zijn. Maar ‘democratie’ betekent méér dan eens in de vier jaar stemmen. Het wil ook niet zeggen, dat de mening van een meerderheid altijd doorslaggevend moet zijn. ‘Democratie’ betekent in de eerste plaats dat de mensen wiens welzijn en toekomst het meest op het spel staan, zélf een belangrijke rol kunnen spelen in het debat. En dat de macht om uiteindelijk in dat debat tot belangrijke keuzes en beslissingen te komen, in de eerste instantie vooral bij die betrokkenen zelf moet liggen. ‘Democratie’ vooronderstelt dat je meer doet dan nieuwkomers in je gemeenschap als ‘gasten’ te verwelkomen, maar dat je ze ook de ruimte geeft om mee te discussiëren en beslissen, en dat je hun wensen en noden serieus neemt.

Échte democratie vooronderstelt dan ook, dat wie die rol in het maatschappelijk debat wordt ontzegd, uiteindelijk een grotere zicht- en hoorbaarheid voor zichzelf zal moeten opeisen. Dat doe je niet alleen of bij monde van iemand anders, maar zélf en gezamenlijk. En niet in halflege vergaderzalen of stoffige achterkamertjes, maar op straat, in het zicht van de hele samenleving.

Dat is de reden dat we op 21 november gaan demonstreren. Om duidelijk te maken dat vluchtelingen méér zijn dan slechts ‘gasten’ in een verwelkomende stad. Om gezamenlijk de stem te claimen, waar zij als nieuwkomers in deze samenleving recht op hebben. En om te benadrukken dat we in Nederland minder moeten discussiëren óver vluchtelingen, en meer – véél meer – mét hen.

 

 

 

 

 

Advertisements